Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Beoordeling van het geschil
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende diende op 6 december 2013 zijn aangifte inkomstenbelasting 2012 in, waarbij een fout in de gebruikte software van de gemachtigde leidde tot het niet correct aanleveren van het inkomen uit aanmerkelijk belang. De inspecteur legde op basis van deze gegevens een voorlopige aanslag vast zonder dit inkomen, en bracht vervolgens belastingrente in rekening bij de definitieve aanslag.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en de belastingrente, maar zowel de rechtbank als het hof oordeelden dat de inspecteur niet onzorgvuldig had gehandeld. De softwarefout lag bij de leverancier van het aangiftesoftwarepakket, en de inspecteur mocht ervan uitgaan dat deze fout inmiddels was hersteld.
Het hof verwierp het beroep van belanghebbende dat de inspecteur meer zorgvuldigheid had moeten betrachten bij het opleggen van de voorlopige aanslag. De belastingrente is terecht geheven omdat belanghebbende ook zelf had kunnen verzoeken om een nadere voorlopige aanslag. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de belastingrente terecht is geheven en verklaart het hoger beroep ongegrond.