Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
€ 135.908,=
€ 120,27
€ 135.084,73”
€ 121.908,=
Hof: deze nota van afrekening strekte kennelijk ter vervanging van een eveneens tot de procestukken behorende nota van afrekening, gedagtekend 26 februari 2007, waarop als datum van passeren van de transportakte is weergegeven: 1 maart 2007] wordt – voor zover hier van belang – het volgende vermeld:
€ 120,27
€ 122.084,73”
€ 148.683,00
€ 15.715,00
162.327
330 500
19.734 7.451
- 151.038 11.289
6.407 6.407
1.830 87.186
216.652 344.069
21.249 91.296
1.183 1.945
19.734 7.451
- 308.624
308.624 308.624
50.000 -
- 50.000
56.696 - “
264.135
162 330
(…) (…)
47.945 19.73481.287 324.759
- 264.135 - 154.344
6.407 8.237161.702 141.039
216.652
47.945 19.734
70.446 48.712”
- 162
(…) (…)
275.088 - 264.135
30.255 6.407219.542 161.702
€ 5.454,00
€ 3.209,00
€ 19 623,96
(…)
Ik controleerde de nota’s van afrekening van de notaris globaal op rechtmatigheid en vergeleek deze met de opgestelde begroting. Wat hield de controle in? Ik ging onder meer na of het in rekening brengen van omzetbelasting op de nota’s van afrekening terecht was. Ik weet dat als ik een rekening ontvang met omzetbelasting, deze omzetbelasting aftrekbaar is, mits ik ook omzetbelasting in rekening breng. Tot zover strekt mijn kennis van de omzetbelasting. Bij meer specifieke vragen nam ik contact op met de voormalige accountant. Dat was registeraccountant [naam registeraccountant] . Bij mijn andere bedrijven werkte ik samen met een boekhouder. Bij deze niet. Mijn dochter zond alle afrekeningen van de notaris door.
3.Geding na cassatie
4.Geschil
5.Beoordeling van het geschil
Kamerstukken II1987/88, 20 588 nr. 3, blz. 97):
In de eerste plaats verwijst de ontvanger voor de onderbouwing van dit standpunt naar al hetgeen hij heeft aangevoerd ter zake van de vraag of belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat het door de BV niet rechtsgeldig kunnen melden van haar betalingsonmacht niet aan hem is te wijten. Daarnaast moet volgens de ontvanger in aanmerking worden genomen dat belanghebbende onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij het (laten) opstellen van de jaarrekening over 2006, hetgeen ertoe heeft bijgedragen dat de bij de aangiften omzetbelasting gemaakte fouten op een veel te laat moment zijn ontdekt, op welk moment de BV haar belastingschulden inmiddels niet meer kon voldoen. Belanghebbende heeft in de loop van 2007 als bestuurder de ondernemingsactiviteiten van de BV gestaakt en het vermogen uitgegeven, terwijl hij wist dat de jaarrekening over 2006 nog niet was afgerond en daar mogelijk nog een belastingschuld uit kon voortvloeien. Van belanghebbende mocht worden verwacht dat hij voldoende vermogen in de BV zou houden totdat de jaarrekeningen over 2006 en 2007 zouden zijn vastgesteld en definitief duidelijk zou zijn geworden welk vermogen zou resteren. Dit volgens de ontvanger te meer, aangezien in de jaren 2006 en 2007 per saldo grote bedragen aan teruggaven van omzetbelasting (€ 72.191 respectievelijk € 17.178) zijn uitbetaald, hetgeen volgens hem een extra zorgvuldige afweging vereist voordat het vermogen van de BV volledig wordt uitgegeven.
Hof: hoofdstuk VI van de Wet] strekken zich mede uit tot in te vorderen bedragen die verband houden met de belasting waarvoor de aansprakelijkheid geldt, een en ander voor zover het belopen daarvan aan de aansprakelijke is te wijten.
Kamerstukken II1987/88, 20 588, nr. 3, blz. 32 en 85-86):
Artikel 6
Kamerstukken II1994/95, 23 470, nr. 9, blz. 10) leidt het Hof af dat met deze aanpassing van de voorheen geldende tekst geen inhoudelijke wijziging is beoogd.
6.Kosten
- bezwaar: 2 (proceshandelingen: bezwaarschrift en hoorzitting) x € 246 x 1,5 (wegingsfactor) = € 738;
- beroep: 2 (proceshandelingen: beroepschrift en verschijnen ter zitting) x € 495 x 1,5 (wegingsfactor) = € 1.485;
- hoger beroep: [2,5 (proceshandelingen gerechtshof ’s-Hertogenbosch: beroepschrift, verschijnen ter zitting en schriftelijke inlichtingen) + 1,5 (proceshandelingen gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: schriftelijke reactie na verwijzing en verschijnen ter zitting) + 1,5 (proceshandelingen gerechtshof Amsterdam: schriftelijke reactie na verwijzing en verschijnen ter zitting) =] 5,5 x € 495 x 1,5 (wegingsfactor) = € 4.083,75.
7.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de beschikking aansprakelijkstelling tot een berekend naar een bedrag van € 42.626 aan nageheven omzetbelasting, vermeerderd met de in verband met een bedrag van € 41.323 aan nageheven omzetbelasting over het jaar 2007 belopen heffingsrente;