ECLI:NL:HR:2011:BP3082
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vergoeding heffingsrente bij schending evenredigheidsbeginsel
In deze zaak is aan belanghebbende voor het jaar 2007 een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Deze aanslag is ambtshalve verminderd zonder vergoeding van heffingsrente. Belanghebbende maakte bezwaar tegen het uitblijven van heffingsrente, dat door de Inspecteur werd afgewezen. De Rechtbank Arnhem verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de uitspraak op bezwaar, waarna het Hof Arnhem het beroep bij de Rechtbank bevestigde en een vergoeding van heffingsrente toekende.
De Minister van Financiën stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad verwees naar een eerdere uitspraak van 28 oktober 2011 (nr. 10/02166) waarin dezelfde rechtsvraag aan de orde was en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. De Hoge Raad bevestigde daarmee dat bij het handelen in strijd met het evenredigheidsbeginsel een vergoeding van heffingsrente toekomt.
De Staatssecretaris van Financiën werd veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding. Het arrest werd gewezen door vijf raadsheren onder voorzitterschap van C. Schaap en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Minister van Financiën wordt ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt vergoeding van heffingsrente toegekend.