ECLI:NL:HR:2011:BP4399
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vermindering ontnemingsbedrag wegens onjuiste rechtsopvatting bij vrijspraak
In deze cassatieprocedure staat de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, waarbij betrokkene klaagt dat het ontnemingsbedrag is gebaseerd op feiten waarvoor hij in de hoofdzaak is vrijgesproken. De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest waarin de beslissing in de hoofdzaak werd vernietigd wegens een onjuiste rechtsopvatting ten aanzien van die vrijspraak en de zaak werd verwezen voor hernieuwde berechting.
De Hoge Raad overweegt dat betrokkene geen belang heeft bij het middel omdat artikel 577b, tweede lid, Sv hem de mogelijkheid biedt na afdoening van de hoofdzaak om vermindering of kwijtschelding van het ontnemingsbedrag te verzoeken. Verder oordeelt de Hoge Raad dat het beroep niet tot cassatie kan leiden en dat de redelijke termijn is overschreden, wat aanleiding geeft tot vermindering van het te betalen bedrag.
Uiteindelijk vernietigt de Hoge Raad het bestreden vonnis uitsluitend voor wat betreft de hoogte van het ontnemingsbedrag en stelt dit vast op €10.000. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De uitspraak is gedaan door de Strafkamer op 24 mei 2011.
Uitkomst: Het ontnemingsbedrag wordt verminderd tot €10.000 en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.