Conclusie
“Vaststelling van de betalingsverplichting
Vaststelling van de betalingsverplichting
onderhavigeontnemingszaak heeft het Hof het totale ontnemingsbedrag geschat op € 203.915,- [4] , en dit bedrag gelet op de rol van haar partner billijkheidshalve door twee gedeeld. Het bedrag van € 101.957,50 (is 50%) is op dat totaalbedrag in mindering gebracht zodat per saldo voor de betrokkene een betalingsverplichting van € 101.957,50 door het Hof afgerond op € 101.000,- resteert. De betalingsverplichting die voor haar partner is berekend, te weten € 138.000,- daarbij opgeteld, maakt € 239.000,-, dit is nagenoeg gelijk aan het totaal aan geschat wederrechtelijk verkregen voordeel in de zaak van de partner. [5]
van de betrokkenebuiten beschouwing moet worden gelaten. Daaruit volgt dat in de onderhavige ontnemingszaak slechts een te ontnemen bedrag van € 125.000,- overblijft (als gezegd in plaats van € 100.000,-; zie hierboven onder 14). Wanneer dit bedrag op basis van ’s Hofs billijkheidsgedachte en fiftyfifty verhouding zou worden gehalveerd, blijft voor de betrokkene uiteindelijk een betalingsbedrag van € 62.500,- over. De som van dit bedrag plus de genoemde € 138.000,- uit de ontnemingszaak van de partner is € 202.500,-. Dat levert ten opzichte van het geschatte totaalbedrag van € 240.230,20 in de ontnemingszaak van de partner een verschil op in het aan de Staat te betalen bedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van afgerond € 37.500,-.