Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2011:BP6921

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04874
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6:140 lid 4 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep op tekortkoming bank bij opties en termijncontracten

In deze zaak staat de vraag centraal of SNS Securities tekort is geschoten in haar zorgplicht jegens eiser in het kader van een overeenkomst betreffende opties en termijncontracten. Eiser vordert in eerste aanleg, maar de rechtbank wijst zijn vordering af. Het hof bevestigt dit oordeel en past daarbij artikel 6:140 lid 4 BW Pro toe, waarmee het buiten de rechtsstrijd treedt.

Eiser gaat vervolgens in cassatie bij de Hoge Raad. Hij betoogt dat het hof ten onrechte buiten de rechtsstrijd is getreden en dat de bank tekort is geschoten. De Hoge Raad overweegt dat de klachten niet leiden tot cassatie omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding, die nihil worden begroot aan de zijde van SNS. Hiermee komt een einde aan het geschil over de vermeende tekortkoming en de toepasselijkheid van verjaring en redelijkheid en billijkheid in deze context.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

13 mei 2011
Eerste Kamer
09/04874
DV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te Italië,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.H.M. Meijroos,
t e g e n
SNS SECURITIES N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en SNS.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 376585/HA ZA 07-2195 van de rechtbank Amsterdam van 23 april 2008;
b. het arrest in de zaak 200.015.220/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 14 juli 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen SNS is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 4 maart 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SNS begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 mei 2011.