ECLI:NL:HR:2011:BP9394
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping psychische overmacht bij doodslag op kind in uitbuitingssituatie
De zaak betreft een verdachte die samen met anderen een jong kind heeft mishandeld en uiteindelijk van het leven heeft beroofd. De mishandelingen en het overlijden vonden plaats in een woning in Den Haag, waar de verdachte en anderen onder uitbuiting en culturele druk leefden. Het slachtoffer, een meisje van nog geen twee jaar oud, vertoonde ernstige en meervoudige verwondingen die door forensisch onderzoek werden vastgesteld.
De verdediging voerde in hoger beroep een beroep op psychische overmacht aan, waarbij werd gesteld dat de verdachte onder extreme culturele en sociale druk stond en daardoor niet vrij was in haar handelen. Daarnaast werd een beroep gedaan op het non-punishmentbeginsel (art. 9a Sr) omdat de verdachte slachtoffer was van mensenhandel. Het hof verwierp deze beroepen en oordeelde dat ondanks de druk redelijkerwijs van de verdachte mocht worden verlangd dat zij het leven van het kind zou sparen.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof. Het hof heeft de cultuurgebonden omstandigheden wel degelijk betrokken bij zijn oordeel en heeft terecht geoordeeld dat bij levensdelicten een beroep op psychische overmacht slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan slagen. Ook het non-punishmentbeginsel was niet van toepassing omdat de strafbare feiten onvoldoende direct verband hielden met de uitbuitingssituatie. Het beroep in cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt de veroordeling van de verdachte voor mishandeling en doodslag van het kind.