ECLI:NL:HR:2011:BP9875

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03139
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 1:157 BWArt. 397 BWArt. 827 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake partneralimentatie bij echtscheiding

In deze zaak stond een geschil over de ingangsdatum van partneralimentatie centraal na een echtscheiding tussen de vrouw en de man. De vrouw had beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, die eerder de beschikking van de rechtbank 's-Hertogenbosch bevestigde.

De Hoge Raad verwees naar de eerdere beslissingen van de rechtbank en het hof en stelde vast dat de klachten van de vrouw niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was geen nadere motivering vereist, aangezien de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was tot verwerping van het beroep. Uiteindelijk wees de Hoge Raad het cassatieberoep af en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen over de partneralimentatie.

De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Bakels, Asser, Drion en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 10 juni 2011.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking over de ingangsdatum van partneralimentatie.

Uitspraak

10 juni 2011
Eerste Kamer
10/03139
DV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. M.N.G.N.H. Brech,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 165393/FA RK 07-4102 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 16 juni 2008 en 28 april 2009;
b. de beschikking in de zaak HV 200.038.629/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 22 april 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 juni 2011.