ECLI:NL:HR:2011:BP9998

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02959
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wijziging omgangsregeling en waardering deskundigenbewijs in familierecht

In deze zaak stond een verzoek tot wijziging van de omgangsregeling centraal, waarbij de waardering van deskundigenbewijs volgens art. 1:377e BW aan de orde was. De man, verzoeker tot cassatie, stelde het beroep in tegen de beschikking van het gerechtshof Arnhem van 13 april 2010.

De vrouw, verweerder in cassatie, heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen op grond van art. 81 RO Pro. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beschikkingen van de kinderrechter en het gerechtshof voor het verloop van het geding in feitelijke instanties.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen.

De beschikking is gegeven door de raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door raadsheer E.J. Numann op 10 juni 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van het gerechtshof wordt bevestigd.

Uitspraak

10 juni 2011
Eerste Kamer
10/02959
DV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J.C.J. Smallenbroek,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 96337/FA RK 08-1046 (LH) van de kinderrechter te Almelo van 12 november 2008;
b. de beschikkingen in de zaak 200.026.090 van het gerechtshof te Arnhem van 28 juli 2009 en 13 april 2010.
De beschikking van het hof van 13 april 2010 is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof van 13 april 2010 heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 juni 2011.