ECLI:NL:HR:2011:BQ1686
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid gefailleerde in verzoek tot opheffing faillissement en schuldsaneringsregeling
In deze zaak stond centraal de vraag of een gefailleerde ontvankelijk kan zijn in een verzoek tot opheffing van het faillissement onder gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Verzoekster had een tweede verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ingediend, mede aan de orde was of dit mogelijk was indien de griffier verzuimd had de vereiste brief conform artikel 3 Faillissementswet Pro te versturen.
De procedure omvatte een vonnis van de rechtbank Almelo en een arrest van het gerechtshof Arnhem, waartegen verzoekster cassatie instelde bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd derhalve verworpen.
Het arrest werd gewezen door de vice-president Fleers als voorzitter en de raadsheren Asser en Drion, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 24 juni 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.