Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2011:BQ1686

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00481
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 15b FArt. 3 F
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid gefailleerde in verzoek tot opheffing faillissement en schuldsaneringsregeling

In deze zaak stond centraal de vraag of een gefailleerde ontvankelijk kan zijn in een verzoek tot opheffing van het faillissement onder gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Verzoekster had een tweede verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ingediend, mede aan de orde was of dit mogelijk was indien de griffier verzuimd had de vereiste brief conform artikel 3 Faillissementswet Pro te versturen.

De procedure omvatte een vonnis van de rechtbank Almelo en een arrest van het gerechtshof Arnhem, waartegen verzoekster cassatie instelde bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd derhalve verworpen.

Het arrest werd gewezen door de vice-president Fleers als voorzitter en de raadsheren Asser en Drion, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 24 juni 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

24 juni 2011
Eerste Kamer
11/00481
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 115600 FT RK 940/2010 van de rechtbank Almelo van 9 december 2010;
b. het arrest in de zaak 200.078.911 van het gerechtshof te Arnhem van 20 januari 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 juni 2011.