ECLI:NL:HR:2011:BQ2005
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vervallen recht tot strafvervolging wegens verjaring bij niet-verzekerd motorrijtuig
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het recht tot strafvervolging wegens het niet verzekerd houden van een motorrijtuig was vervallen door verjaring. De verdachte werd ervan beschuldigd op of omstreeks 7 januari 2004 in Rotterdam een motorrijtuig niet verzekerd te hebben volgens de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM).
De zaak kwam in cassatie bij de Hoge Raad na een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Uit de stukken bleek dat de mededeling van het vonnis pas op 23 september 2009 aan de verdachte was betekend. Cruciaal was dat gedurende de drie jaren voorafgaand aan deze betekening geen enkele vervolgingshandeling was verricht.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van artikel 70, eerste lid, onderdeel 1, van het Wetboek van Strafrecht het recht tot strafvervolging vervalt als gedurende drie jaren voorafgaand aan de betekening geen vervolging is ingesteld. Dit was hier het geval, waardoor het recht tot strafvordering was komen te vervallen.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest, behoudens voor zover het vonnis van de Kantonrechter was vernietigd, en verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte. Hiermee werd het beroep van de verdachte gegrond verklaard.
Uitkomst: Het recht tot strafvervolging is vervallen wegens verjaring; het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard.