ECLI:NL:HR:2011:BQ4203
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt opzet bij zware mishandeling tijdens amateurvoetbalwedstrijd
Op 10 maart 2007 heeft verdachte tijdens een amateurvoetbalwedstrijd in Veendam een tegenstander van achteren met gestrekt been getrapt, waardoor deze een meervoudige botbreuk in het onderbeen opliep. De rechtbank en het hof verklaarden bewezen dat verdachte opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht. Het hof oordeelde dat de gedraging niet op de bal was gericht en dat verdachte de aanmerkelijke kans op het letsel heeft aanvaard.
Verdachte stelde in cassatie dat het hof bij de beoordeling van het opzet rekening had moeten houden met de context van het amateurvoetbal, wat volgens hem tot een andere maatstaf zou moeten leiden. De Hoge Raad verwierp dit verweer en stelde dat het feit dat de gedraging in een sport- of spelsituatie plaatsvond, geen zelfstandige factor is die leidt tot een afwijkende beoordeling van het opzet.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat sprake was van opzet en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Het arrest benadrukt dat ook binnen sportwedstrijden ernstige overtredingen die leiden tot zwaar lichamelijk letsel opzettelijk kunnen zijn en dat het sportieve karakter van de situatie geen vrijbrief is voor zodanig gedrag.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verdachte opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht tijdens een voetbalwedstrijd en verwerpt het cassatieberoep.