Conclusie
1.
[betrokkene 1] :
mishandeling. De deelnemers aan een sport als voetbal hebben immers tot op zekere hoogte gevaarlijke gedragingen waartoe het spel uitlokt over en weer van elkaar te verwachten, terwijl bij een door duidelijke spelregels afgebakende sport die spelregels mede van belang zijn voor het bepalen van de grenzen van de wederrechtelijkheid.
de factoniks meer met de sport te maken hebben. [13] In de eerste categorie vallen bijvoorbeeld trappen of slidings tijdens een duel om de bal [14] en bij de tweede categorie kan men denken aan een kopstoot en een trap in het gezicht. [15]
DD97.0040). De deelnemers aan een sport, zoals voetbal, hebben immers tot op zekere hoogte gevaarlijke gedragingen waartoe het spel uitlokt over en weer van elkaar te verwachten, terwijl bij een door duidelijke spelregels afgebakende sport die spelregels mede van belang zijn voor het bepalen van de grenzen van de wederrechtelijkheid. Dat geldt echter in de regel niet voor gedragingen die los staan van een spelsituatie waarbij een speler een andere speler letsel toebrengt, terwijl bij gedragingen die in een spelsituatie plaatsvinden, een speler de spelregels op dusdanige wijze kan schenden en zo gevaarlijk kan handelen dat van het ontbreken van wederrechtelijkheid geen sprake kan zijn.”
20.Het eerste middel komt op tegen de motivering van de bewezenverklaring.
22.Het eerste middel faalt.
tweede middelricht zich eveneens tegen de motivering van de bewezenverklaring.
Nadere bewijsoverweging
27.Het tweede middel faalt.
derde middelricht zich tegen de motivering van het bewezen verklaarde voorwaardelijk opzet.
39.Het derde middel faalt in alle onderdelen.
vierde middelklaagt dat het hof ten onrechte, althans onbegrijpelijk gemotiveerd, het bewezen verklaarde heeft gekwalificeerd als mishandeling.