Conclusie
eerste middelklaagt dat “het hof heeft verzuimd uitdrukkelijk te beslissen op het niet door de inhoud van bewijsmiddelen weerlegde en met de bewezenverklaring van opzet strijdige verweer dat sprake was van een ongeluk.”
verklaring van de verdachte.
proces-verbaal van aangifted.d. 29 november 2014 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2014481766-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 5 en 6):
[betrokkene 1] :
Een geschrift, zijnde een
geneeskundige verklaringd.d. 2 februari 2015, opgemaakt en ondertekend door de forensisch arts K.E. van den Hondel. Deze geneeskundige verklaring houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – :
proces-verbaal verhoor getuiged.d. 5 december 2014 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2014481766-5. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 13 en 14):
[betrokkene 2]:
proces-verbaal verhoor getuiged.d. 10 december 2014 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-20144811766-7. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 17):
[betrokkene 3]
Bewijsvoering
de factoniks meer met de sport te maken hebben. [12] In de eerste categorie vallen bijvoorbeeld trappen of slidings tijdens een duel om de bal [13] en bij de tweede categorie kan men denken aan een kopstoot en een trap in het gezicht. [14]
DD97.0040). De deelnemers aan een sport, zoals voetbal, hebben immers tot op zekere hoogte gevaarlijke gedragingen waartoe het spel uitlokt over en weer van elkaar te verwachten, terwijl bij een door duidelijke spelregels afgebakende sport die spelregels mede van belang zijn voor het bepalen van de grenzen van de wederrechtelijkheid. Dat geldt echter in de regel niet voor gedragingen die los staan van een spelsituatie waarbij een speler een andere speler letsel toebrengt, terwijl bij gedragingen die in een spelsituatie plaatsvinden, een speler de spelregels op dusdanige wijze kan schenden en zo gevaarlijk kan handelen dat van het ontbreken van wederrechtelijkheid geen sprake kan zijn.”
23.Het eerste middel faalt.
tweede middelklaagt dat het hof verklaringen tot het bewijs heeft gebezigd die berusten op een mening, conclusie of gevolgtrekking die niet kunnen worden aangemerkt als een mededeling van feiten en omstandigheden door henzelf waargenomen of ondervonden.