ECLI:NL:HR:2011:BQ4686
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van wederrechtelijk verkregen voordeel bij niet tijdig aanvragen milieuvergunning
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch over de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene was veroordeeld wegens het zonder vergunning opslaan en bewerken van groenafval op zijn agrarisch bedrijf, in strijd met artikel 8.1 van de Wet milieubeheer.
De betrokkene had inmiddels alsnog een vergunning aangevraagd en verkregen, en stelde dat de activiteiten al voldeden aan de vergunningsvoorwaarden. Het hof stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op de besparing van de kosten van de vergunningsaanvraag, namelijk €2.500.
De Hoge Raad oordeelde dat deze benadering geen onjuiste rechtsopvatting inhoudt over het begrip 'wederrechtelijk verkregen voordeel' zoals bedoeld in artikel 36e Sr. Het voordeel bestond uit de tijdelijke besparing van de vergunningskosten door het niet tijdig aanvragen van de vergunning.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling tot ontneming van €2.500 werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontneming van €2.500 als wederrechtelijk verkregen voordeel wegens niet tijdig aanvragen van een milieuvergunning.