ECLI:NL:HR:2011:BQ6163
Hoge Raad
- Cassatie
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Vorming administratiekostenreserve door verzekeraar toegestaan onder goed koopmansgebruik
Belanghebbende, een moedermaatschappij van een fiscale eenheid van verzekeringsmaatschappijen, vormde een administratiekostenreserve (AKR) voor toekomstige administratiekosten tijdens premievrije perioden. De Inspecteur stelde dat deze vorming in strijd was met het Besluit winstbepaling en reserves verzekeraars 2001 (BWRV 2001) en rekende de dotatie tot de belastbare winst.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de uitspraak van de Inspecteur. Het Hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de kosten waarop de AKR betrekking heeft voldoende specifiek moeten worden onderscheiden en geadministreerd.
De Hoge Raad oordeelde dat het BWRV 2001 de vorming van een AKR niet uitsluit en dat het beslissend is of goed koopmansgebruik zich daartegen verzet. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank, waarmee de vorming van de AKR onder de gegeven omstandigheden is toegestaan.
De Staatssecretaris van Financiën werd veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de vorming van een administratiekostenreserve door een verzekeraar is toegestaan onder het BWRV 2001 en goed koopmansgebruik.