ECLI:NL:HR:2011:BR0664
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering hoofdprijs oudejaarsloterij in box 3 per 31 december 2004
Belanghebbende nam op 31 december 2004 deel aan de oudejaarsloterij en won de hoofdprijs van €20.000.000. De trekking werd enkele minuten voor middernacht bekendgemaakt, maar het prijzengeld werd pas op 4 januari 2005 bijgeschreven op de bankrekening van belanghebbende.
De discussie betrof de vraag of de prijs moest worden meegenomen in de rendementsgrondslag van box 3 per 31 december 2004. Zowel de Rechtbank te Breda als het Hof bevestigden dat de waarde van het lot op het moment van de bekendmaking gelijk is aan de hoofdprijs en dus tot het vermogen per 31 december behoort.
De Hoge Raad sluit zich hierbij aan en oordeelt dat deze waardering niet in strijd is met het Eerste Protocol van het EVRM. De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee de eerdere uitspraken. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de waardering van de hoofdprijs in box 3 per 31 december 2004 bevestigd.