ECLI:NL:HR:2011:BS1730
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafoplegging en toepassing gewijzigde sanctieregeling in vals geld zaak
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij werd veroordeeld voor voorbereiding van transacties met vals geld en het bezit van valse coupures. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk.
De verdediging voerde onder meer aan dat het hof had moeten beslissen op een beroep op vormverzuim op grond van art. 359a Sv en dat de strafoplegging in strijd was met de oude sanctieregeling art. 14a Sr. De Hoge Raad oordeelt dat het hof het verweer terecht heeft geïnterpreteerd en dat het geen motiveringsgebrek is dat het hof niet afzonderlijk op een beroep op art. 359a Sv is ingegaan.
Voorts bevestigt de Hoge Raad dat het hof terecht de nieuwe sanctieregeling art. 14a Sr heeft toegepast die ten gunste van de verdachte werkt, waardoor een korter onvoorwaardelijk gedeelte van de straf kon worden opgelegd dan onder de oude regeling. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk.