ECLI:NL:HR:2011:BT1667
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring poging tot afpersing door meerdere personen
Op 9 maart 2007 werd verdachte samen met anderen verdacht van poging tot afpersing van twee Duitse mannen te Bocholtz. Het hof verklaarde bewezen dat verdachte en medeverdachten het plan hadden uitgevoerd om de slachtoffers met geweld te dwingen tot afgifte van geld. De verdediging voerde aan dat er geen sprake was van medeplegen, maar hooguit medeplichtigheid, vanwege het ontbreken van nauwe en bewuste samenwerking.
Het hof oordeelde dat verdachte en medeverdachten gezamenlijk het plan uitvoerden en elkaar ondersteunden, waarbij de aanwezigheid van meerdere personen de situatie dreigender maakte. De bewezenverklaring hield in dat verdachte samen met anderen handelingen verrichtte, zonder dat noodzakelijkerwijs werd gesteld dat verdachte zelf alle handelingen had verricht.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof de tenlastelegging terecht zo had opgevat en dat de bewezenverklaring niet impliceert dat verdachte persoonlijk alle handelingen heeft verricht. De klacht van de verdediging berustte op een onjuiste interpretatie van het arrest. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.