ECLI:NL:HR:2011:BT2522
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over bewijsuitsluiting bij onrechtmatige aanhouding en verwijst terug
In deze strafzaak stond vast dat verdachte op 12 november 2008 te Amsterdam opzettelijk 13,69 gram cocaïne bij zich had. De politie hield hem staande wegens wildplassen en kreeg vervolgens onjuiste informatie van de meldkamer dat de verdachte gesignaleerd stond, waarop hij werd aangehouden en gefouilleerd. Tijdens deze fouillering werd de cocaïne aangetroffen.
Het hof verwierp het verweer van de verdediging dat het bewijs onrechtmatig was verkregen, omdat de aanhouding en fouillering onrechtmatig waren. Het hof oordeelde dat er sprake was van een kennelijke vergissing van de politie, maar dat dit niet leidde tot bewijsuitsluiting. Wel zag het hof aanleiding voor compensatie bij de strafoplegging.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste maatstaf hanteerde bij de beoordeling van het verweer tot bewijsuitsluiting. De Hoge Raad herhaalde de criteria uit eerdere jurisprudentie (HR LJN AM2533) over de toepassing van art. 359a Sv en stelde dat bewijsuitsluiting alleen aan de orde is bij ernstige schendingen van strafvorderlijke voorschriften of rechtsbeginselen.
Uiteindelijk vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het betrekking had op het tenlastegelegde en de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof is vernietigd voor het tenlastegelegde en de strafoplegging en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde berechting.