ECLI:NL:HR:2011:BT7571
Hoge Raad
- Cassatie
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Voortzetting procedure in cassatie volgens dagvaardingsregels bij geldvordering gemeente
In deze zaak heeft de gemeente Den Haag een geldvordering ingesteld tegen verzoeker. Na een vonnis van de kantonrechter dat de vordering toewijst, is hoger beroep ingesteld door verzoeker. Het gerechtshof heeft uitspraak gedaan, waarna verzoeker beroep in cassatie heeft ingesteld. De Hoge Raad constateert dat het cassatieberoep niet volgens de voorgeschreven dagvaardingsprocedure is ingeleid, zoals vereist op grond van artikel 407 lid 1 Rv Pro.
De Hoge Raad beveelt daarom dat de procedure in cassatie wordt voortgezet volgens de regels van de dagvaardingsprocedure. Tevens wordt een roldatum vastgesteld waarop de zaak zal worden behandeld. Verzoeker wordt opgedragen de gemeente bij exploot aan te zeggen dat de zaak op die datum zal worden uitgeroepen, met daarbij het verzoekschrift in cassatie en de beschikking te betekenen.
De beschikking is gegeven door de raadsheren van Oven, Asser en Drion, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Bakels. De gemeente heeft geen verweerschrift ingediend. De Hoge Raad wijst op het belang van correcte procedurele handelingen bij cassatieberoepen, vooral bij voortzetting van procedures die oorspronkelijk met verzoekschrift zijn ingeleid.
Uitkomst: De Hoge Raad beveelt voortzetting van de cassatieprocedure volgens de dagvaardingsregels met aanzegging aan de gemeente.