ECLI:NL:HR:2011:BU5670

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03625
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelarrest Hoge Raad inzake belastingverhogingen en boeten jaren 1992-2000

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 12 augustus 2011 een arrest gewezen waarin een fout in het dictum werd vastgesteld. De fout betrof de onjuiste formulering van de vernietiging van de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam.

De Hoge Raad heeft ambtshalve besloten deze fout te herstellen door het dictum aan te passen. De vernietiging van het hof wordt beperkt tot de verhogingen voor de jaren 1992 tot en met 1998 en de opgelegde boeten voor de jaren 1999 en 2000. Deze correctie werd aan partijen meegedeeld en zij kregen de gelegenheid om hierop te reageren.

De Hoge Raad achtte de fout redelijkerwijs kenbaar voor partijen en heeft daarom de verbetering doorgevoerd. Het arrest is op 25 november 2011 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad. Dit herstelarrest betreft een cassatieprocedure in een belastingrechtelijke zaak tegen een uitspraak van het hof.

Uitkomst: De Hoge Raad herstelt het dictum van het arrest door de vernietiging van het hof te beperken tot belastingverhogingen en boeten over de jaren 1992-2000.

Uitspraak

Nr. 10/03625
25 november 2011
Arrest
gewezen ter verbetering van het arrest van de Hoge Raad, gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 1 juli 2010, nr. P10/00266.
1. Het arrest in het geding
1.1. De Hoge Raad heeft in deze zaak op 12 augustus 2011, met nummer 10/03625, een arrest uitgesproken. De Hoge Raad heeft nadien ambtshalve bevonden dat het dictum van dat arrest een fout bevat die zich voor eenvoudig herstel leent.
1.2. Uit de rechtsoverwegingen in het arrest volgt dat de uitspraak van het Hof alleen vernietigd dient te worden voor zover die uitspraak de verhogingen en de boeten betreft. Dit is abusievelijk niet juist in het dictum van het arrest tot uitdrukking gebracht.
1.3. Herstel van deze fout brengt mee dat in het dictum de passage "vernietigt de uitspraak van het Hof behoudens de beslissing omtrent de proceskosten," wordt vervangen door:
"vernietigt de uitspraak van het Hof uitsluitend wat betreft de verhogingen voor de jaren 1992 tot en met 1998 en de opgelegde boeten voor de jaren 1999 en 2000,".
1.4. Bij brief aan partijen van 29 september 2011 heeft de Hoge Raad melding gemaakt van de fout en partijen in de gelegenheid gesteld zich over het herstel daarvan uit te laten. Belanghebbende heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt.
1.5. Aangezien de fout gelet op het hiervoor in 1.2 overwogene redelijkerwijs kenbaar voor partijen was, zal de Hoge Raad de onder 1.3 vermelde verbetering doorvoeren.
2. Beslissing
De Hoge Raad verbetert bovenvermelde fout in het op 12 augustus 2011 in deze zaak uitgesproken arrest en stelt de verbetering op de minuut van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren J.W.M. Tijnagel en A.H.T. Heisterkamp, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op
25 november 2011.