ECLI:NL:HR:2011:BR4874
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen vermogensbelasting
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen in de vermogensbelasting opgelegd over de jaren 1992 tot en met 2000, inclusief verhogingen en boeten, alsmede heffingsrente. Na bezwaar en beroep bij het hof werden de aanslagen, boeten en rente verminderd en gedeeltelijk kwijtgescholden. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof bij zijn beoordeling van de opgelegde boeten en verhogingen miskenning had gemaakt van eerdere jurisprudentie, met name het arrest van 15 april 2011. Hierdoor kon het hofarrest niet in stand blijven en werd vernietigd, met uitzondering van de beslissing omtrent proceskosten.
De zaak werd verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing, waarbij het hof rekening dient te houden met de relevante onderdelen van het arrest van 15 april 2011. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de kosten van het cassatieproces aan de zijde van belanghebbende.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor herbeoordeling.