ECLI:NL:GHAMS:2010:BN0321
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- O.B. Onnes
- J.P.A. Boersma
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Vermogensbelasting navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen herzien na KB-Lux-uitspraak
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het beroep van belanghebbende tegen navorderingsaanslagen vermogensbelasting (VB) over de jaren 1992 tot en met 2000, inclusief boetebeschikkingen en beschikkingen heffingsrente. Na een eerdere tussenuitspraak werd de inspecteur opgedragen de vermogens opnieuw te berekenen met inachtneming van specifieke rechtsoverwegingen.
De inspecteur diende een herberekening in, waarop belanghebbendes gemachtigde reageerde. Belanghebbende voerde onder meer aan dat bij de echtscheiding in 1998 de helft van het vermogen aan de echtgenote toekwam, waardoor slechts de helft van het vermogen aan belanghebbende belastbaar zou zijn. Het hof oordeelde dat deze stelling niet ontvankelijk was omdat deze nieuwe grief een nader feitenonderzoek zou vereisen, terwijl de feiten reeds bekend waren bij de eerdere uitspraak.
Het hof stelde vast dat belanghebbende geen inhoudelijke bezwaren tegen de herberekening had ingebracht en dat de inspecteur geen fouten had gemaakt. Daarom werden de vermogens vastgesteld conform de inspecteursberekening van 19 mei 2010. Het hof verklaarde het beroep gegrond voor zover het de navorderingsaanslagen VB en de bijbehorende boetebeschikkingen en heffingsrente betrof, vernietigde de bestreden uitspraken en stelde de aanslagen en boetes naar beneden bij.
Daarnaast veroordeelde het hof de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van €249, bestaande uit kosten van rechtsbijstand na de eerdere uitspraak. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2010 door het hof bestaande uit Onnes, Boersma en Goes.
Uitkomst: Het hof vernietigt de navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen, stelt de vermogens vast conform de inspecteursberekening en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten.