ECLI:NL:HR:2012:BR3040
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt tactisch uitstel kennisneming deskundigenrapport geen schending eerlijk proces
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het Openbaar Ministerie (OM) in strijd had gehandeld met de beginselen van een behoorlijke procesorde, de artikelen 30 en volgende van het Wetboek van Strafvordering (Sv) en artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) door een deskundigenrapport met belastende conclusies niet voorafgaand aan het verhoor van de verdachte te verstrekken.
De verdachte werd verdacht van moord, doodslag en diefstal met geweld. Tijdens het onderzoek werd een NFI-rapport opgesteld dat DNA-sporen van de verdachte op het slachtoffer aanwees. Dit rapport werd op 5 maart 2008 opgesteld en op 8 maart 2008 door het OM ontvangen. Het OM besloot het rapport niet voorafgaand aan het verhoor van 26 maart 2008 aan de verdediging te verstrekken, maar pas op 27 maart 2008, een dag na het verhoor.
De verdediging voerde aan dat dit een schending was van de procesrechten van de verdachte en verzocht om niet-ontvankelijkheid van het OM of bewijsuitsluiting. Het hof verwierp deze klachten en oordeelde dat het tactisch uitstel van kennisneming niet onder alle omstandigheden strijdig is met een eerlijk proces of ongelijkheid van processuele middelen oplevert. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep, stellende dat het uitstel de verdediging niet benadeelde in haar mogelijkheden tot voorbereiding en verweer, en dat er geen onjuiste rechtsopvatting of onvoldoende motivering was.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het tactisch uitstel van kennisneming van het NFI-rapport geen schending van het eerlijk proces opleverde.