ECLI:NL:HR:2012:BT1671
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over ontvankelijkheid OM bij vervolging op grond van art. 31 Vluchtelingenverdrag
De zaak betreft een verdachte die werd vervolgd wegens het gebruik van een niet op zijn naam gesteld Brits vreemdelingenpaspoort bij de uitreis uit Nederland. De verdachte voerde verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van art. 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag, omdat hij als vluchteling illegaal het land was binnengekomen en daardoor beschermd zou moeten worden tegen strafvervolging.
Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat het antwoord op de vraag of art. 31 Vluchtelingenverdrag Pro strafoplegging in de weg staat, niet kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM. De Hoge Raad herhaalt in dit arrest de eerdere overweging uit arrest LJN BI1325 dat geen onderscheid gemaakt mag worden tussen illegale binnenkomst en het bezit van valse documenten bij de beoordeling van art. 31. De bescherming van vluchtelingen tegen vervolging moet ruim worden geïnterpreteerd.
De Hoge Raad stelt dat het hof onjuist heeft geoordeeld en vernietigt het bestreden arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening van het hoger beroep. De overige middelen behoeven geen bespreking. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken op 10 januari 2012.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.