ECLI:NL:HR:2012:BT2182
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beslissing over beslag op contant geld wegens onvoldoende motivering
Op 5 juni 2010 werd onder klager beslag gelegd op een geldbedrag van €40.000,- in coupures van €500,-. Klager voerde aan dat het geld rechtmatig toebehoorde aan hem of zijn onderneming en dat geen strafbaar feit aan de orde was. De Rechtbank Haarlem oordeelde dat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat het geld later verbeurd zou worden verklaard, en wees het klaagschrift af.
De Hoge Raad herhaalt de criteria uit eerdere jurisprudentie dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag moet rechtvaardigen, bijvoorbeeld als het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat het geld verbeurd zal worden verklaard. De Rechtbank had haar oordeel echter uitsluitend gebaseerd op het wisselend verklaren van klager over de herkomst van het geld, wat onvoldoende is.
Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor herbehandeling van het klaagschrift. De Hoge Raad benadrukt dat de motivering van het voortduren van beslag zorgvuldig moet worden onderbouwd en niet alleen op wisselende verklaringen mag steunen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak terug voor herbehandeling.