ECLI:NL:HR:2012:BT2199
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt plaats van feitelijke leiding moedermaatschappij fiscale eenheid in België
In deze zaak betrof het een geschil over de plaats van feitelijke leiding van de moedermaatschappij van een fiscale eenheid voor het jaar 1999, met betrekking tot de vennootschapsbelasting. De Inspecteur had een aanslag opgelegd die na bezwaar en beroep door de Rechtbank en het Hof was verminderd omdat de feitelijke leiding zich in België bevond.
Het Hof oordeelde dat de leiding van de moedermaatschappij niet in Nederland was, maar in België, waar de directeur-enig aandeelhouder woonde. Het Hof verwierp de stelling van de Inspecteur dat de bewijslast bij de moedermaatschappij lag en beoordeelde de stellingen van partijen op hun aannemelijkheid.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verklaarde het cassatieberoep van de Staatssecretaris ongegrond. Tevens werd geoordeeld dat voor het inwonerschap van de moedermaatschappij alleen de feitelijke leiding van die moedermaatschappij beslissend is, niet die van de dochtermaatschappij binnen de fiscale eenheid.
De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten. Het arrest verduidelijkt de bewijslastverdeling en de toepassing van het Belastingverdrag Nederland-België op fiscale eenheden en hun moedermaatschappijen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard; de feitelijke leiding van de moedermaatschappij was in België gevestigd.