ECLI:NL:PHR:2011:BU4681
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vestigingsplaats moedermaatschappij fiscale eenheid in België voor vennootschapsbelasting
In deze zaak staat centraal of de werkelijke leiding van X Holding BV, moedermaatschappij van een fiscale eenheid, zich in 1997, 1998 en 1999 in Nederland of België bevond. De belanghebbende stelt dat de kernbeslissingen vanaf 1 november 1996 niet meer in Nederland, maar op het woonadres van de aandeelhouder in België werden genomen. De Staatssecretaris betwist dit en stelt dat de werkelijke leiding in Nederland bleef.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de feitelijke leiding van de moedermaatschappij in België was gevestigd, mede gelet op verklaringen van de directeur-enig aandeelhouder en overgelegde documenten. Het Hof overwoog dat de fiscale eenheid niet als verdragssubject geldt, maar dat alleen de moedermaatschappij als zodanig wordt beschouwd voor de toepassing van het belastingverdrag Nederland-België.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en oordeelt dat de bewijslastverdeling en motivering van het Hof niet onredelijk zijn. De Staatssecretaris slaagt er niet in aan te tonen dat het Hof de werkelijke leiding onjuist in België heeft vastgesteld. Daarmee is de belanghebbende niet in Nederland belastingplichtig voor haar eigen winst in de betreffende jaren.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen; de werkelijke leiding van X Holding BV was in België gevestigd.