ECLI:NL:HR:2012:BT8928
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens faillissement beslagene bij beslag op bankrekeningen
Klaagster diende een klaagschrift in tegen het beslag op haar bankrekeningen, strekkende tot teruggave van een bedrag van €215.000. De rechtbank verklaarde het beklag ongegrond omdat het belang van de strafvordering zich verzette tegen opheffing van het beslag. Later werd klaagster in staat van faillissement verklaard, waardoor het conservatoir beslag op grond van art. 94a Sv vervalt.
De Hoge Raad ontving een brief van de curator waarin het faillissement werd bevestigd. De Hoge Raad oordeelde dat het beslag uitsluitend op grond van art. 94a Sv was gelegd en dat klaagster daardoor geen belang meer had bij haar cassatieberoep. Daarom werd zij niet-ontvankelijk verklaard.
De beslissing bevestigt dat bij faillissement van de beslagene het conservatoir beslag vervalt, waardoor verdere procedure tegen het beslag niet kan worden voortgezet. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren in raadkamer op 10 januari 2012.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep wegens het vervallen van het conservatoir beslag door faillissement.