ECLI:NL:HR:2012:BU3988
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling status anodeslib als afvalstof bij grensoverschrijdende overbrenging volgens Wet milieubeheer en EVOA
In deze zaak stond centraal of anodeslib afkomstig van elektrolytische zuiveringssystemen bij koperraffinage als afvalstof moet worden aangemerkt in het kader van de Wet milieubeheer en de EG-verordening over de overbrenging van afvalstoffen (EVOA). De verdachte werd bewezenverklaard voor het zonder kennisgeving overbrengen van circa 25.000 kg anodeslib van Oostenrijk naar Nederland met als doel doorvoer naar België.
De Hoge Raad oordeelde dat de uitzondering in rubriek A1120 van het Verdrag van Bazel voor anodeslib niet automatisch betekent dat dit materiaal geen afvalstof is. Alleen als het anodeslib geen gevaarlijke afvalstoffen bevat, kan het als uitzondering gelden. De Hoge Raad bevestigde dat het anodeslib in deze zaak gevaarlijke stoffen kan bevatten en daarom als afvalstof moet worden beschouwd.
Verder wees de Hoge Raad het betoog af dat de nieuwe Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG) tot een ander oordeel zou leiden. De strafrechtelijke aansprakelijkheid wordt bepaald door de regelgeving ten tijde van het feit, en er was geen gewijzigd inzicht omtrent strafwaardigheid. Het Hof had terecht geoordeeld dat het anodeslib nog niet het karakter van afvalstof had verloren, omdat het bewerkingsproces nog niet voltooid was en het nieuwe materiaal pas na winning van edelmetalen ontstaat.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het Hof 's-Hertogenbosch van 19 oktober 2010.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat anodeslib als afvalstof moet worden aangemerkt en verwierp het cassatieberoep van de verdachte wegens het zonder kennisgeving overbrengen van afvalstoffen.