ECLI:NL:HR:2012:BU6250
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte moordzaak Alphen aan den Rijn wegens onvoldoende bewijs
In de zaak rond de moord op het slachtoffer te Alphen aan den Rijn in juli 2006 werd verdachte primair beschuldigd van moord en subsidiair van mishandeling met de dood tot gevolg. Het hof sprak verdachte vrij omdat het beschikbare bewijs, waaronder uitgebreid DNA-onderzoek van badjas, nagels, haren en andere sporen, onvoldoende was om schuld met voldoende zekerheid vast te stellen.
Het hof oordeelde dat de DNA-sporen slechts als ondersteunend bewijs konden dienen en dat het ontbreken van ander overtuigend bewijs tot vrijspraak leidde. De resultaten van het forensisch onderzoek waren complex en lieten ruimte voor alternatieve verklaringen, mede omdat verdachte als voormalig familielid regelmatig in de woning was geweest.
De Advocaat-Generaal vorderde vernietiging van het arrest en verwijzing voor hernieuwde berechting, stellende dat het bewijs in onderlinge samenhang voldoende was voor een veroordeling. De Hoge Raad bevestigde echter het hof in zijn oordeel dat de selectie en waardering van bewijs aan de feitenrechter is voorbehouden en dat het hof niet gehouden was zijn vrijspraak nader te motiveren. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak van verdachte wegens onvoldoende bewijs voor moord.