ECLI:NL:PHR:2013:BZ9940
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs witwassen en beoordeling rechterlijke onpartijdigheid
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de verdachte werd vrijgesproken van medeplegen van witwassen. De Hoge Raad onderzocht of het hof zich onpartijdig heeft opgesteld en of de motivering van de vrijspraak voldoende was.
Het hof had tijdens de behandeling ter terechtzitting opmerkingen gemaakt over de werkzaamheden en vergoedingen van de verdachte en medeverdachten, maar volgens de Hoge Raad vormden deze uitlatingen geen blijk van een vooringenomen oordeel over schuld of onschuld. Het hof had zich nog geen definitief oordeel gevormd en stond open voor argumenten van partijen.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de motivering van de vrijspraak, ondanks het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van het openbaar ministerie, niet ontoereikend of onbegrijpelijk was. De feitenrechter heeft een ruime beoordelingsvrijheid bij de selectie en waardering van bewijsmateriaal, ook bij vrijspraak.
De Hoge Raad concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om het ten laste gelegde witwassen te bewijzen, met name omdat niet kon worden vastgesteld dat de gelden afkomstig waren uit enig misdrijf. Het cassatieberoep werd verworpen en de vrijspraak bevestigd.
Uitkomst: De verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van witwassen.