ECLI:NL:HR:2012:BV2028
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid geneesheer-directeur voor verklaring op grond van Wet Bopz
In deze zaak stond centraal de vraag of een geneesheer-directeur die geen psychiater is, op grond van art. 5 lid 1 Wet Pro Bopz een verklaring mag baseren op eigen onderzoek van de betrokkene. Betrokkene verbleef in een inrichting voor verstandelijk gehandicapten en verzette zich tegen zijn verblijf. De geneesheer-directeur, een arts voor verstandelijk gehandicapten, had een verklaring afgegeven na eigen onderzoek.
De rechtbank verleende een voorlopige machtiging en oordeelde dat het niet beslissend was of de geneesheer-directeur psychiater was, mits hij als 'medical expert' kon worden aangemerkt. De Hoge Raad vernietigde dit oordeel en stelde dat een redelijke wetsuitleg vereist dat de geneesheer-directeur bevoegd moet zijn de titel psychiater of zenuwarts te voeren om zijn verklaring op eigen onderzoek te kunnen baseren.
De Hoge Raad benadrukte dat dit een essentiële waarborg is voor het grondrecht op vrijheid, aangezien niemand van zijn vrijheid mag worden beroofd buiten de gevallen bij of krachtens de wet voorzien. De Hoge Raad verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en stelt dat alleen een geneesheer-directeur met titel psychiater of zenuwarts een verklaring op eigen onderzoek mag baseren.