ECLI:NL:HR:2012:BV2739
Hoge Raad
- Wraking
- G.J.M. Corstens
- J.C. van Oven
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking van raadsheren Hoge Raad afgewezen wegens kennelijk misbruik van recht
Verzoeker diende namens meerdere belanghebbenden verzoeken tot herziening in van arresten van de Hoge Raad en verzocht vervolgens tweemaal om wraking van de betrokken raadsheren. Na eerdere afwijzing van een wrakingsverzoek, diende verzoeker opnieuw verzoeken in met verwijten over het niet beantwoorden van een voorvraag en het niet versturen van een correcte factuur griffierechten.
De wrakingskamer achtte het tweede wrakingsverzoek kennelijk misbruik van recht, omdat het feitelijk neerkwam op het betwisten van eerdere beslissingen zonder concrete feiten die de onpartijdigheid van de raadsheren aantonen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees het wrakingsverzoek af. Tevens werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze zaken niet in behandeling zal worden genomen.
De beslissing werd genomen door de Vierde kamer van de Hoge Raad, waarbij de president en twee raadsheren het vonnis uitspreken. Hiermee wordt het wrakingsinstituut beschermd tegen misbruik en wordt de rechterlijke onpartijdigheid gewaarborgd.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek en het verzoek wordt afgewezen wegens kennelijk misbruik van recht.