ECLI:NL:HR:2012:BV5548

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02135
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 1:253a lid 2 onder b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake vaststelling hoofdverblijfplaats kind

De zaak betreft een verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats van een kind tussen de moeder en de vader. De rechtbank Almelo en het gerechtshof Arnhem hebben eerder beschikkingen gegeven over deze kwestie. De moeder heeft tegen de eindbeschikking van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

De vader heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de moeder niet-ontvankelijk moet worden verklaard voor zover het beroep gericht is tegen de beschikking van de rechtbank Almelo en het beroep voor het overige moet worden verworpen.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het beroep wordt derhalve verworpen.

De beschikking is gegeven door de raadsheren Bakels, Heisterkamp en Drion en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven op 30 maart 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen door de Hoge Raad.

Uitspraak

30 maart 2012
Eerste Kamer
11/02135
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. H.L. van Lookeren Campagne,
t e g e n
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de vader.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaken 108481/FA RK 10-50 en 96088/FA RK 08-1004 van de rechtbank Almelo van 29 juni 2010;
b. de beschikkingen in de zaak 200.072.615 van het gerechtshof te Arnhem van 12 oktober 2010 (tussenbeschikking) en 8 februari 2011 (eindbeschikking).
De eindbeschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de eindbeschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vader heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de moeder in haar cassatieberoep voor zover gericht tegen de beschikking van de rechtbank Almelo van 29 juni 2010 en verwerping voor het overige.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 30 maart 2012.