ECLI:NL:HR:2012:BV6722
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in zaak bestuurdersaansprakelijkheid voor belastingschulden
Belanghebbende werd op grond van artikel 36, lid 3, van de Invorderingswet 1990 aansprakelijk gesteld voor niet-betaalde loon- en omzetbelasting van A B.V. over de periode januari 2006 tot en met januari 2008. Zowel de rechtbank als het hof bevestigden de aansprakelijkheid op basis van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Het hof nam de motivering van de rechtbank integraal over, die stelde dat belanghebbende bewust de belastingdienst niet betaalde terwijl concurrente crediteuren wel werden betaald.
In cassatie stelde belanghebbende dat het hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde en onvoldoende motiveerde waarom sprake zou zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet had onderzocht of belanghebbende wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zijn handelen zou leiden tot onbetaalde belastingschulden. Dit is een essentieel onderdeel voor de beoordeling van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van dit arrest. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en moest de Staat het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het cassatieberoep is gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor hernieuwde beoordeling.