ECLI:NL:HR:2012:BV7506
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling oplegging schadevergoedingsmaatregel en draagkracht verdachte
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Wetboek van Strafrecht terecht was opgelegd aan de verdachte, die leiding had gegeven aan verboden gedragingen van een BV die personen had opgelicht. Het hof had vastgesteld dat de benadeelde partijen schade hadden geleden van ruim 127.000 euro en dat de verdachte onvoldoende inzicht had gegeven in zijn financiële positie.
De verdediging voerde aan dat de verdachte niet in staat zou zijn de schadevergoeding te betalen en dat de maatregel daarom niet opgelegd zou moeten worden, omdat anders vervangende hechtenis zou volgen. De Hoge Raad herhaalde de jurisprudentie dat draagkracht geen rol speelt bij de hoogte van de maatregel, en dat slechts in uitzonderlijke gevallen van oplegging kan worden afgezien.
Het hof had het verweer verworpen omdat de verdachte geen duidelijkheid had gegeven over de geldstromen en financiële situatie. De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel niet onbegrijpelijk of onjuist was en dat de motivering toereikend was. Het cassatieberoep werd daarom verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte.