Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
gebouwde(onroerende) zaak.
Rechtbank Gelderland
In deze zaak heeft de kantonrechter in Arnhem op 12 november 2025 uitspraak gedaan in een huurgeschil tussen Rederij Thalassa B.V. en Nautical Moments B.V. Thalassa verzocht de rechter te verklaren dat de huurovereenkomst voor een afmeervoorziening niet was geëindigd per 31 mei 2025. De huurovereenkomst was oorspronkelijk aangegaan voor vier jaar, met een optie tot verlenging. Thalassa stelde dat de afmeervoorziening kwalificeert als bedrijfsruimte onder artikel 7:290 BW, terwijl Nautical Moments betwistte dat de huurovereenkomst nog van kracht was. De kantonrechter oordeelde dat de afmeervoorziening niet als een gebouwde onroerende zaak kan worden gekwalificeerd, en dus niet onder de bepalingen van artikel 7:290 of 7:230a BW valt. De rechter concludeerde dat de huurovereenkomst niet was geëindigd, omdat deze stilzwijgend was verlengd met een jaar. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt.