ECLI:NL:HR:2012:BV8218

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05349
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 1019h Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling in executiegeschil en proceskostenveroordeling

In deze zaak stond een executiegeschil centraal waarbij de uitleg van een veroordeling en de toekenning van werkelijke proceskosten aan de orde waren. Eiseres, handelend onder de naam [A], had beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in de zaak en behandelt de conclusie van de Advocaat-Generaal die tot vernietiging van het bestreden arrest strekte. Zowel partijen hebben schriftelijk op deze conclusie gereageerd.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is, aangezien geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

Uiteindelijk wordt het beroep verworpen en wordt eiseres veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 771,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

13 april 2012
Eerste Kamer
10/05349
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres], handelende onder de naam [A],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. E.H. van Staden ten Brink,
t e g e n
JB-INFLATABLE B.V.,
gevestigd te Meppel,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D. Rijpma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en JB.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 216818/KG ZA 10-172 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Breda van 22 april 2010;
b. het arrest in de zaak HD 200.064.849 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 14 september 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
JB heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, met veroordeling van [eiseres] in alle redelijke en evenredige gerechtskosten als bedoeld in art. 1019h Rv., althans met veroordeling van [eiseres] in de (forfaitaire) kosten van het geding in cassatie.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat en voor JB door mr. A. van Staden ten Brink, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot vernietiging van het bestreden arrest met afdoening als in de conclusie onder 3.28 vermeld.
Zowel de advocaat van [eiseres] als de advocaat van JB heeft op 16 maart 2012 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van JB begroot op € 771,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 13 april 2012.