ECLI:NL:HR:2012:BW3340
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- R.J. Koopman
- Th. Groeneveld
- G. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing boetebeschikking inkomstenbelasting 2000 wegens onvoldoende bewijs en onredelijke modelberekening
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2000 een aanslag inkomstenbelasting, een boete en heffingsrente opgelegd naar aanleiding van het Rekeningenproject, waarbij gegevens van een Luxemburgse bank werden gebruikt. Het hof had de boete bevestigd, maar de Hoge Raad stelt vast dat het hof niet duidelijk heeft gemaakt op welk bewijs de bewezenverklaring van het beboetbare feit is gebaseerd. Daarnaast is de modelmatige berekening met een factor 1,5 onvoldoende gemotiveerd en bevat deze een inconsistentie.
De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Daarbij moet het hof beoordelen of de Inspecteur voldoende bewijs heeft geleverd dat belanghebbende het beboetbare feit heeft begaan en of de boete passend is. Tevens moet het hof bepalen of belanghebbende recht heeft op een vergoeding van de kosten van de bezwaarprocedure.
De Hoge Raad veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van het cassatiegeding en bepaalt dat de Staat het griffierecht aan belanghebbende vergoedt. Het incidentele beroep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard. Dit arrest volgt op eerdere jurisprudentie waarin de factor 1,5 in de modelberekening werd verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbeoordeling van bewijs en boete.