ECLI:NL:HR:2012:BW5176
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn berechting
In deze cassatiezaak tegen een arrest van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, klaagt de verdachte dat het Hof geen rekening heeft gehouden met het tijdsverloop in de strafoplegging. De verdediging stelde dat het beginsel van berechting binnen redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, was geschonden.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof op straffe van nietigheid een met redenen omklede beslissing had moeten geven over dit verweer, maar dit heeft nagelaten. Daarom is het middel gegrond en vernietigt de Hoge Raad het arrest voor wat betreft de strafoplegging.
De Hoge Raad stelt vast dat de redelijke termijn is overschreden tussen het instellen van het cassatieberoep en de uitspraak van de Hoge Raad zelf. Om die reden vermindert de Hoge Raad de gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, tot zeventien maanden en één week, waarvan eveneens zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De overige middelen worden verworpen omdat zij niet leiden tot cassatie. De Hoge Raad besluit de zaak om doelmatigheidsredenen zelf af te doen en bevestigt daarmee het belang van het beginsel van een redelijke termijn in strafzaken.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeventien maanden en één week, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.