ECLI:NL:PHR:2012:BW5176
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen van foltering door politieagenten op Curaçao en vermindert straf wegens termijnoverschrijding
Op 5 november 2006 mishandelden verdachte en zijn medeverdachte, beiden politieambtenaren, het slachtoffer op verschillende locaties op Curaçao terwijl hij geboeid was. De mishandelingen bestonden uit slaan met knuppels, schoppen, slaan in het gezicht en het bespuiten met traangas, met als oogmerk het slachtoffer te bestraffen, vrees aan te jagen en uit minachting voor zijn menselijke waardigheid.
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie veroordeelde verdachte tot achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, en ontzegging van ambtelijke rechten. Verdachte stelde cassatie in bij de Hoge Raad, die oordeelde dat het bewezenverklaarde alle bestanddelen van foltering bevatte zoals omschreven in de Uitvoeringslandsverordening folteringsverdrag.
De Hoge Raad verwierp de klachten over de kwalificatie en het oogmerk van het delict. Wel stelde de Hoge Raad vast dat het hof niet uitdrukkelijk had beslist op het verweer dat de redelijke termijn was overschreden. Om doelmatigheidsredenen besloot de Hoge Raad zelf de straf te verminderen wegens deze termijnoverschrijding, maar verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor medeplegen van foltering en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.