Conclusie
middelbehelst de klacht dat het hof heeft verzuimd te reageren op het door de verdediging in hoger beroep gevoerde verweer ten aanzien van de overschrijding van de redelijke termijn.
NJ2013/241, rov. 2.6.2 bedoelde, in een dergelijk geval vereiste toelichting ten aanzien van het belang bij het ingestelde cassatieberoep en het - rechtens te respecteren - belang bij vernietiging van de bestreden uitspraak en een nieuwe feitelijke behandeling van de zaak. Hetgeen de steller van het middel ter onderbouwing van het belang bij vernietiging aanvoert, te weten dat de overschrijding van de redelijke termijn dient te leiden tot een kortere onvoorwaardelijke werkstraf dan aan hem door het hof is opgelegd, welke straf thans gelijk is aan de door de rechtbank opgelegde straf, acht ik daartoe onvoldoende. Het hof heeft immers gemotiveerd aangegeven dat het onder meer vanwege het tijdsverloop geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal opleggen, terwijl de stelling dat het hof wegens overschrijding van de redelijke termijn een lagere straf dient op te leggen dan in eerste aanleg is opgelegd, geen steun vindt in het recht.