ECLI:NL:HR:2012:BW6798
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van uitlevering aan Kroatië wegens oorlogsmisdrijven tegen civiele bevolking
De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon aan de Republiek Kroatië wegens oorlogsmisdrijven gepleegd tijdens het conflict in Bapska tussen 1992 en 1995. De opgeëiste persoon werd in Kroatië bij verstek veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf wegens onder meer gedwongen verplaatsing van de burgerbevolking, plundering en onmenselijke behandeling van civiele personen, strafbaar gesteld onder het Kroatische Wetboek van Strafrecht en internationale verdragen.
De Hoge Raad heeft de opgeëiste persoon gehoord en de uitleveringsverzoeken beoordeeld aan de hand van het Europees Verdrag betreffende uitlevering (EUV) en het Tweede Aanvullend Protocol. De Raad concludeerde dat aan het vereiste van dubbele strafbaarheid is voldaan, aangezien de feiten ook onder Nederlands recht strafbaar zijn gesteld in de Wet internationale misdrijven.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de uitlevering niet kan worden geweigerd ondanks het verstekvonnis, omdat Kroatië een voldoende waarborg biedt voor een nieuw proces waarin de rechten van de verdediging worden gegarandeerd. Ook het beroep op het Vluchtelingenverdrag faalde omdat dit niet aan de rechter maar aan de Minister van Justitie is voorbehouden.
De Hoge Raad verklaarde de uitlevering derhalve toelaatbaar en wees geen feiten of omstandigheden aan die de uitlevering in de weg staan. De uitspraak werd gedaan door de strafkamer op 29 mei 2012.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de uitlevering van de opgeëiste persoon aan Kroatië toelaatbaar.