Conclusie
II. Inleiding en procesverloop
A. De context
Te onderzoeken:
- Alle voornoemde "digitaal" opgeslagen brondocumenten door het openbaar ministerie digitaal aan de verdediging te doen verstrekken (niet duidelijk is welke specifieke stukken hier in het dossier worden bedoeld, behoudens dat steeds naar die digitale stukken wordt verwezen in algemene zin waar het onderliggende stukken zou betreffen) ter completering en controle op de volledigheid en betrouwbaarheid van het dossier in het kader van de waarheidsvinding en ter selectie door de verdediging ter eventuele voeging in het procesdossier.
Standpunt verdediging
- [betrokkene 3]
III. De ingediende middelen in het kort
IV. Bewezenverklaring, bewijsvoering en verwerping verweren
Overweging met betrekking tot het bewijs
cursiefweergegeven. In de voetnoten worden de vindplaatsen van de bewijsmiddelen opgenomen, ook hierbij geldt dat de voetnoten die zijn overgenomen uit het vonnis van de rechtbank
cursiefworden weergegeven. Opgemerkt wordt dat de nummering van de voetnoten afwijkt van de nummering in het vonnis.
- een huls 9mm naast de handrem van de auto van het slachtoffer [SINAÂJD1624NL]
- een huls 9mm onder de kinderstoel van de auto van het slachtoffer [SINAAJD1623NLJ -
- een huls 9mm naast rechterstoel gesphouder[SINAAJD1622NL]
- een deel kogelpunt uit kleding slachtoffer [SINAAJI8564NL]
- drie kogelpunten bij sectie slachtoffer [SINAAIX7606NL, -07NL en 08NLJ. [51]
- het onderzoek een vrijwel zekere relatie heeft aangetoond tussen de bemonsterde afgeknipte mouwen/latex handschoenen (AAINJ525NL en AAIN126NL) en een schietproces;
- het onderzoek heeft een vrijwel zekere relatie aangetoond tussen de bemonsterde delen van de bivakmuts (AAJM4243NL) en een schietproces. [105]
- …)
- Met de rechtbank overweegt het hof, met enige aanvulling, als volgt.
- Uit de hiervoor genoemde getuigen verklaringen volgt dat de daders van de schietpartij een zwart regenpak droegen, met horizontale reflectiestrepen op borst, rug en broekspijpen. Zij hadden bivakmutsen op. De daders hebben de woonwijk verlaten via het bruggetje naast de flat aan de [b-straat] en gingen het bosperceel in.
- In een PGP-gesprek met [betrokkene 4] vertelt de medeverdachte hoe de liquidatie is gepleegd. “We zaten achterin. Toen hij na buiten kwam gewacht tot ie achter het stuur zat. Toen ben ik uitgestapt met kleintje na hem gerent eerst van voren toen van de zijkant en ben ik terug gegaan na fiets en toen zijn de problemen begonnen.” Het hof leidt hieruit, in combinatie met de andere bewijsmiddelen, af dat het de medeverdachte is geweest die [slachtoffer] heeft doodgeschoten.
- Getuigen [betrokkene 18] en [betrokkene 19] zagen, iets na 10.00 uur, twee mannen met zwarte regenpakken in het bosperceel lopen en zagen dat één van die twee mannen door een sloot waadde en het volkstuinencomplex op ging. Op dit volkstuinen-complex trof getuige [betrokkene 6] in zijn tuinhuisje een hem onbekende man. Deze man had de werkkleren van getuige [betrokkene 6] aangetrokken. De man vluchtte weg en nam zijn eigen kleren, die hij in een tas had gestopt, mee. De tas was van getuige [betrokkene 6] , de spullen in de tas waren van de man. Op aanwijzen van getuige [betrokkene 6] werd deze man, verdachte, op 17 april 2016 om 10.20 uur aangehouden. Verdachte is aldus ongeveer 20 minuten na de schietpartij aangehouden, op het volkstuinencomplex in de omgeving van de schietpartij. In de tas met kleding van verdachte zat een zwart regenpak met horizontale reflectiestrepen op borst, rug en broekspijpen. Aan de uiteinden van de mouwen en de pijpen van dat pak zaten resten duct tape en aan een mouw zat met duct tape een nitrillen handschoen bevestigd. Op de mouwen van het regenpak zijn schotresten aangetroffen. Eveneens zijn schotresten aangetroffen op de, in het tuinhuisje achtergelaten bivakmuts, waarop het DNA van verdachte is aangetroffen en waarvan verdachte zelf heeft verklaard dat dat zijn muts is en deze nooit uitleent. De rechtbank acht op grond van al deze omstandigheden wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een van de daders is van de schietpartij.
- Gelet op de vindplaatsen van de bewuste voorwerpen, in relatie tot de getuigenverklaringen en de resultaten van het forensisch onderzoek en de inhoud van de PGP-gesprekken, in onderling verband en in samenhang met elkaar gezien, maakt dat het hof tot het oordeel komt dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte betrokken is bij de schietpartij waarbij [slachtoffer] om het leven is gekomen.
- Medeplegen en voorbedachte rade
- Uit voornoemde bewijsmiddelen volgt dat verdachte samen met medeverdachte in een auto het slachtoffer opwachtte. De auto stond al in de vroege ochtend van 17 april 2016 op de parkeerplaats. Verdachte is nauw betrokken geweest bij de voorbereiding en heeft ervoor gezorgd dat de auto op tijd geplaatst werd.
Nadat het slachtoffer rond 10.00 uur naar buiten was gekomen en in zijn auto was gestapt, kwamen verdachte en medeverdachte hun auto uit en liepen ze naar de auto van het slachtoffer. Ze hadden beiden een vuurwapen bij zich en daarnaast had een van hen ook nog een groot automatisch vuurwapen bij zich. Ze droegen allebei een bivakmuts en zwarte regenpakken, met handschoenen vast getapet aan de mouwen. Het slachtoffer werd vervolgens gericht onder vuur genomen en dood geschoten.Medeverdachte is degene geweest die heeft geschoten.
Verdachte en medeverdachte renden daarna terug naar de auto. In deze auto zijn twee vuurwapens aangetroffen en een grote hoeveelheid munitie. Deze omstandigheden rechtvaardigen de conclusie dat verdachte en zijn mededader zeer planmatig en in onderling overleg te werk zijn gegaan en dat hun rollen onderling inwisselbaar zijn. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte samen met medeverdachte en met voorbedachte raad het feit heeft gepleegd. - Gelet op het voorgaande, in samenhang en onderling verband bezien is het hof van oordeel dat dat sprake is van een voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking en tevens van voorbedachte raad en dat daarom wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich op 17 april 2016 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de moord op [slachtoffer] .
- Bewijsmiddelen feit 2
- Behalve de opgesomde bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1 neemt het hof - met de rechtbank - met betrekking tot het ten laste gelegde voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie nog de volgende bewijsmiddelen in aanmerking.
- Het (in de sloot) aangetroffen wapen bleek een automatisch vuurwapen, merk Zastava, van categorie II van de Wet Wapens en Munitie (hierna: WWM). [121] Het wapen was voorzien van een houder met meerdere patronen en in de kamer bevond zich 1 patroon. [122] In de houder bevonden zich 32 patronen, kaliber 7.62 x 39 mm, categorie II van de WWM. [123] In de tas op de achterbank van de BMW werd eveneens een houder voor een automatisch wapen aangetroffen. Hierin bevonden zich 31 patronen. [124]
Het door en namens verdachte naar voren gebrachte.
verdachte (heeft) de bigshopper met inhoud van de keet meegenomen en even later weggegooid. In deze tas werd kleding van verdachte aangetroffen met daarbij het aangetroffen regenjack. Getuige [betrokkene 6] heeft verklaard dat de in de bigshopper aangetroffen kleding niet van hem is.
1. de e-mail adressen en IMEI nummers die op dat moment gekoppeld konden worden aan medeverdachte ( [e-mailadres 1] @ennetcom.biz en [e-mailadres 2] @ennetcom.com);
2. de e-mailaccounts die voorkomen in de berichten van de onder 1 genoemde accounts en de contactpersonen die zijn aangetroffen in de onder I genoemde toestellen, en
3. de in het dossier (09Ster) voorkomende (bij)namen van de verdachten, zoals weergegeven in dit plan. [132]
het hof merkt op: het 8e aanvullende proces-verbaal) over te dragen aan de advocaat-generaal in het onderhavige onderzoek 09Ster omdat deze gegevens betrekking zouden hebben op de moord op [slachtoffer] . [134]
V. Het eerste middel
eerste klachtvan het eerste middel luidt dat een grondslag zou ontbreken voor het door Nederland aan de Canadese autoriteiten gerichte verzoek tot inbeslagname van (computer)data. [136] Hiertoe wordt aangevoerd dat het verdrag tussen Nederland en Canada niet zou voorzien in de mogelijkheid tot het overdragen van gegevens. [137]
tweede klachtvan het eerste middel luidt dat de procedure die gevolgd is om de data in het onderzoek naar de onderhavige feiten te gebruiken onrechtmatig is, omdat zij ten eerste niet in overeenstemming zou zijn met hetgeen door de Canadese rechter is gelast, [149] en tevens in strijd zou zijn met het bepaalde in art. 1 Sv Pro. [150]
derde klachtvan het eerste middel houdt in dat de verkrijging van de Ennetcomdata in strijd zou zijn met het Unierecht, en dan in het bijzonder met de Richtlijn 2002/58, de Verordening 2016/679 (AVG) en het Handvest. Subsidiair wordt nog het verzoek gedaan tot het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJ EU.
La Quadrature du Net,heeft het hof in Luxemburg duidelijk gemaakt hoe deze begrenzing begrepen moet worden. Uit deze rechtspraak volgt dat wanneer aan aanbieders van elektronische communicatie verwerkingsverplichtingen worden opgelegd, ook wanneer dit is met het oog op de strafvordering, deze verplichtingen als zodanig nog wel binnen de reikwijdte van de Richtlijn vallen. [159]
vierde klachtvan het eerste middel behelst de klacht dat “de rechter-commissaris” onbevoegd zou zijn.
VI. Het tweede middel
equality of armsen dus met het recht op een eerlijk proces. Intussen heeft het EHRM zich ook twee maal over deze kwestie uitgelaten. Deze rechtspraak heeft een iets ruimere strekking dan het relevante Nederlands recht en verdient daarom bespreking.
Clearwell. Dit leidde tot een kleine 800.000 als potentieel relevant aangemerkte documenten (“tagged documents”) waarvan vervolgens deels handmatig en deels met aanvullende zoekslagen door het
Clearwell-programma een tweede selectie is gemaakt. Deze selectie is door het hof aangemerkt als de “investigation file”. In de “investigation file” is uiteindelijk een laatste schifting aangebracht, hetgeen resulteerde in het dossier zoals dat aan de rechtbank werd gezonden. Dit dossier wordt door het hof de “evidence in the case” genoemd. [168] Alleen deze laatste selectie was in deze zaak aan de verdediging verstrekt. Daarnaast had de verdediging de gelegenheid gehad om de “investigation file” in te zien op het kantoor van de aanklagende instantie.
equality of armsomdat de IJslandse autoriteiten geen toegang hadden verleend tot de gehele dataset (de “full collection of data”), noch tot de resultaten van de eerste analyse (de “tagged documents”). [169] Ook werd geklaagd dat de verdediging niet betrokken was bij het “filtering process”, dus bij het bepalen hoe de eerste en tweede analyses zouden worden uitgevoerd. [170] Namens de IJslandse overheid was daar onder meer tegenin gebracht dat zich onder de “full collection of data” veel gevoelige persoonlijke informatie bevond en verstrekking aan de klagers het recht op privacy van andere betrokkenen zou hebben geschonden. [171] Bovendien werd door IJsland aangevoerd dat namens de klagers onvoldoende specifieke verzoeken waren gedaan tot welke delen van de data zij toegang wilden hebben.
Mattick, cited above, with further references), had at least from 4 September 2012, the day on which he was provided a full copy readable with software available free of charge, to 21 December 2012, the day judgment was rendered, which amounts to three and a half months – that is to say sufficient time – to analyse the electronic files in order to identify those which he considered to be of relevance.
Mattick, cited above).
VII. Het derde middel
VIII. Het vierde middel
IX. Het vijfde middel
Ik wil het graag passen, maar ik moet er wel iets onder aan. Kan de parketpolitie het trainingspak pakken? De cellen zijn hier beneden?
De voorzitter merkt op dat verdachte het eerst zo kan proberen. Hij houdt voorts voor dat na het uitpakken van het regenpak hieraan geen nader onderzoek meer gedaan kan worden. mr. Weski merkt op dat zij hier toezegt dat de verdediging hier ook niet om zal verzoeken.
De voorzitter merkt op dat de broek een maat XS is en dat de lengte niet een probleem is.
Opmerking griffier: Verdachte probeert de regenjas over zijn kleding aan te trekken.
Opmerking griffier: Verdachte trekt zijn colbertje uit en probeert nogmaals de regenjas - nu over een overhemd - aan te trekken.Op verzoek van de voorzitter helpt de parketpolitie met het aantrekken van de regenjas, waarbij getracht wordt om de jas over de schouders heen te tillen. Verdachte loopt op verzoek van zijn raadsvrouw naar de voorzitter zodat deze het beter kan zien.
De voorzitter merkt op dat de regenjas nog steeds niet over de schouders van verdachte wil en dat de rits van de regenjas voor de helft dichtgaat. De voorzitter merkt op dat verdachte een vrij gespierde torso heeft en vraagt hem of hij de afgelopen vijfjaar veel in de sportschool geweest is.
Verdachte verklaart - zakelijk weergegeven - als volgt: Ik was vijf jaar geleden ook al fors. U kunt dat zien want ik heb toen ook meegedaan met het programma ‘Vast’ van BNN.