ECLI:NL:HR:2012:BW8366
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Onzakelijke lening en fiscale verwerking afwaarderingsverlies bij deelneming
De zaak betreft een lening van de belanghebbende aan een doorstartende vennootschap waarin zij indirect een belang had. De lening werd deels afgewaardeerd vanwege de slechte financiële situatie van de dochtermaatschappij. De Inspecteur corrigeerde de aftrek van deze afwaardering omdat hij de lening onzakelijk achtte en meende dat artikel 13ca (oud) Wet Vpb niet van toepassing was.
De Rechtbank oordeelde dat de lening niet onzakelijk was, maar het Hof verklaarde het tegenovergestelde en stelde dat de belanghebbende niet had aangetoond dat de waardedaling van de deelneming beneden het opgeofferde bedrag was geconcretiseerd. Tevens vond het Hof toepassing van artikel 13ca Wet Vpb uitgesloten vanwege de verstreken navorderingstermijn.
De A-G constateert dat het Hof niet het vereiste onderzoek heeft verricht naar de zakelijkheid van de lening door aanpassing van de rentevoet en adviseert vernietiging en verwijzing. Verder licht hij toe dat het afwaarderingsverlies geen informeel kapitaal is, maar een offer dat behoort tot de kostprijs van de deelneming. De fiscale gevolgen van onzakelijke leningen en de toepassing van de deelnemingsvrijstelling worden uitgebreid besproken.
De Hoge Raad volgt dit advies, vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor nader feitelijk onderzoek. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige toetsing van de zakelijkheid van leningen en de juiste fiscale kwalificatie van verliezen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nader onderzoek naar de zakelijkheid van de lening en de waardedaling van de deelneming.