ECLI:NL:GHAMS:2011:BU3677
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.E. Kostense
- E.A.G. van der Ouderaa
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over afwaardering lening aan deelneming en toepassing artikel 13ca Wet Vpb
Belanghebbende verstrekte in 2001 een lening van € 750.000 aan haar middellijke deelneming [L BV], die een doorstart maakte van een failliete onderneming. De lening was achtergesteld, zonder zekerheden, en de rente was afhankelijk van winstresultaten. De inspecteur weigerde de afwaardering van € 295.335 op deze lening fiscaal te erkennen.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de afwaardering toegelaten. Het Hof stelde vast dat belanghebbende met het aangaan van de lening een debiteurenrisico aanvaardde dat een onafhankelijke derde niet zou nemen, waarmee het verlies niet aftrekbaar is. Tevens onderzocht het Hof de mogelijke toepassing van artikel 13ca Wet Vpb, maar wees deze af omdat belanghebbende onvoldoende had onderbouwd dat de deelneming in waarde was gedaald en omdat de navorderingstermijn was verstreken.
Het Hof oordeelde dat de lening onzakelijk was verstrekt met het doel het belang van belanghebbende als aandeelhouder te dienen en dat de afwaardering niet in mindering op de winst kan worden gebracht. Daarnaast verwierp het Hof het beroep op artikel 13ca Wet Vpb vanwege de onmogelijkheid tot recapturering en de totaalwinstgedachte. De stelling dat de inspecteur onzorgvuldig handelde door niet tot een praktische oplossing te komen, werd eveneens verworpen.
Het Hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige belastingkamer op 3 november 2011.
Uitkomst: Het Hof verklaart het beroep ongegrond en wijst de afwaardering van de lening fiscaal af.