Uitspraak
[woonplaats].
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
Openlijk geweld tegen goederen is in principe de minst ernstige verschijningsvorm van dit delict.
3.Slotsom
4.Beslissing
6 november 2012.
Hoge Raad
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie (OM) centraal, nadat het hof het verweer van de verdachte tot niet-ontvankelijkverklaring had verworpen. De verdachte stelde dat het OM in strijd met de geldende richtlijnen had gehandeld door hem te dagvaarden zonder eerst een transactie aan te bieden, ondanks een voorstel tot schaderegeling.
Het hof had geoordeeld dat vanwege de omvang van de door de aangever gestelde schade het OM vrij stond af te wijken van de richtlijnen en de verdachte te dagvaarden. De Hoge Raad stelde echter vast dat de richtlijnen en aanwijzingen ten tijde van de vervolgingsbeslissing niet toestonden om op grond van de hoogte van het schadebedrag af te wijken van het uitgangspunt dat eerst een transactie moet worden aangeboden.
Bovendien had het hof niet vastgesteld dat de verdachte had geweigerd een schaderegeling aan te bieden, noch dat er bijzondere omstandigheden waren die een afwijking van de richtlijnen rechtvaardigden. Hierdoor was het oordeel van het hof niet begrijpelijk. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling en afdoening op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigde het arrest en wees de zaak terug wegens schending van vervolgingsrichtlijnen door het OM.