ECLI:NL:HR:2012:BX7189
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Niet-aanvang beroepstermijn bij niet-verzending uitspraak op bezwaar in belastingzaak
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2001 een aanslag vennootschapsbelasting en een boete opgelegd. Na bezwaar werden de aanslag verminderd en de boete gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze uitspraken niet-ontvankelijk, een oordeel dat het hof bevestigde. Het geschil betrof vooral of de beroepstermijn was begonnen, waarbij het hof aannam dat belanghebbende door ontvangst van een dwangbevel en een exploot op de hoogte was van de uitspraak op bezwaar.
De Hoge Raad stelt dat ontvangst van een dwangbevel of exploot niet geldt als bekendmaking van de uitspraak op bezwaar volgens artikel 3:41 Awb Pro. Hierdoor vangt de beroepstermijn niet aan. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte aannam dat de uitspraken op bezwaar waren verzonden, terwijl belanghebbende dit gemotiveerd betwistte.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuw onderzoek naar de ontvankelijkheid van het beroep, met nadruk op de vraag of en wanneer de uitspraken op bezwaar zijn bekendgemaakt. De Hoge Raad wijst het door belanghebbende betaalde griffierecht toe.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de ontvankelijkheid van het beroep.